Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Verweerder heeft onvoldoende zijn standpunt gemotiveerd dat eiser niet duidelijk heeft kunnen verklaren over zijn motieven voor en zijn proces van bekering tot het christendom. Nu verweerder blijkens het bestreden besluit, in lijn met zijn vaste gedragslijn, doorslaggevend gewicht heeft toegekend aan die verklaringen van eiser, volgt reeds daaruit dat verweerder zijn standpunt dat hij de bekering van eiser niet geloofwaardig acht, niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Nu verweerder de door eiser gestelde problemen als gevolg van zijn bekering primair ongeloofwaardig heeft geacht, omdat hij de bekering van eiser niet geloofwaardig acht, kan ook dat standpunt geen standhouden.

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16/29000

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 2 maart 2017 in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] , van Iraanse nationaliteit,

eiser,

(gemachtigde: mr. A. Spel, advocaat te Alkmaar),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

verweerder,

(gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eiser heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag het volgende aangevoerd. Eiser heeft zich bekeerd tot het christendom in Iran. De autoriteiten van Iran hebben hem opgepakt en verhoord. Hij is vrijgelaten en heeft op advies van de vader van zijn vriendin [naam 1] Iran verlaten. Hij kan niet terugkeren omdat hij vreest dat hij vanwege zijn bekering tot het christendom vervolgd wordt door de autoriteiten en dat de doodstraf wordt opgelegd aan hem. Hij vreest ook dat bekenden van zijn familie hem zullen vermoorden vanwege zijn bekering.

Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft in het asielrelaas van eiser de volgende relevante elementen onderscheiden:

de identiteit, nationaliteit en herkomst;

de bekering tot het christendom;

de problemen als gevolg van zijn bekering tot het christendom.

Verweerder acht het eerste relevante element geloofwaardig, de overige twee elementen acht hij niet geloofwaardig.

3. Eiser voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt dat hij heeft nagedacht over de consequenties van de bekering van zijn vriendin en van hemzelf. Eiser heeft in het nader gehoor gezegd dat zij het erover hebben gehad en dat zij hem heeft gevraagd het niet aan anderen te vertellen. Ook heeft hij nog niets tegen zijn eigen familie gezegd, omdat hij dit geleidelijk aan wil doen. Voorts heeft eiser ook voldoende duidelijk gemaakt dat hij heeft nagedacht over de mogelijke consequenties van zijn eigen bekering. Dat blijkt uit zijn verklaring dat hij zijn eigen familie voorzichtig op de hoogte wilde gaan stellen van zijn relatie met [naam 1] en haar bekering.

3.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bevreemdingwekkend is dat eiser niet heeft nagedacht over de mogelijke consequenties toen zijn vriendin hem vertelde dat zij bekeerd was tot het christendom. Juist gezien het feit dat eiser afkomstig is uit een land waar bekering strafbaar is, mag verwacht worden dat eiser over dergelijke zaken nadenkt. Bovendien is eiser ook vaag in zijn verklaringen over hoe hij heeft nagedacht over eventuele problemen die zijn eigen bekering tot gevolg konden hebben. Eiser licht enkel toe hoe hij het zijn ouders wilde bijbrengen en dat er toen problemen ontstonden, maar niet hoe hij nadacht over de gevolgen. Eiser kan niet duidelijk verklaren hoe hij de mogelijke problemen die kunnen ontstaan, heeft meegewogen in de beslissing om zich toch te bekeren tot een geloof dat in zijn land van herkomst strafbaar is gesteld.

3.2

Uit het verslag van het nader gehoor (p. 10) blijkt dat eiser als volgt heeft verklaard:

“Ik begrijp dat het voor u geen probleem is welk geloof iemand aanhangt. Maar op dat moment was u in Iran en bekering tot het christendom is daar verboden. Dacht u hier niet over na toen uw vriendin vertelde dat ze christen was?Nee. Ik heb me er niet druk over gemaakt. Ik was zo verliefd op [naam 1] . Ik wilde alle risico’s voor haar nemen.

[…]

Heeft u ooit gesproken met [naam 1] over haar bekering tot het christendom, dat dit strafbaar is in Iran en de eventuele gevolgen die deze bekering kunnen hebben? Natuurlijk hebben wij het erover gehad. Zij hebben gevraagd om dit niet aan anderen te vertellen. Ik moest ook rekening houden met het feit dat anderen er niet achter komen dat zij bekeerd zijn en christen zijn.

Wat besprak u dan precies met [naam 1] over de bekering tot het christendom wat in Iran vrij gevaarlijk kan zijn? Het enige wat ik moest doen en waar ik rekening mee moest houden, is dat ik niet met anderen zou delen of zou vertellen dat zij christen zijn. Er is een reden dat ik thuis aan mijn familie niets over [naam 1] vertelde. Ik heb er ook over nagedacht als mijn familie zou vragen welk geloof zij had, dat ik niet kon zeggen dat zij christen was. Ik heb daarom niets over haar verteld. Ik was thuis mijn familie aan het voorbereiden. Ik heb het gedaan zoals [naam 1] het met mij heeft gedaan Ik dacht dat ik langzaam aan mijn familie kon vertellen dat ik geen geloof meer had in de islam en dat de islam geen godsdienst voor mij is. Dat bracht mij thuis in de problemen.

Begrijp ik goed dat uw familie niet afwist van uw relatie met [naam 1] ? Dat klopt.”

Uit de pagina’s 24 en 25 van het verslag van het nader gehoor blijkt het volgende:

“Heeft u nagedacht over de eventuele nadelen die een bekering tot het christendom voor u zouden kunnen hebben?Ja, daar heb ik ook over nagedacht. Op het moment dat ik in jezus, in de bijbel, in god ging geloven. Ik had geen problemen met de gevolgen van de bekering. Dit omdat in de bijbel staat dat jezus had gezegd dat iedereen die meer van zijn moeder en vader houdt dan van mij, of iedereen die meer van zijn dochter of zoon houdt dan van mij, verdient mij niet.

U verklaart dat u geen problemen had met de gevolgen van de bekering. Welke gevolgen bedoelt u? Ik was van plan om langzaam en langzaam aan mijn vader en moeder het te vertellen. Dat is de beste methode. Ik kon iemand zoals mijn moeder niet plotseling overvallen met het feit dat ik nu een ander geloof had aangenomen. Dan zou zij echt gechoqueerd zijn. Dat was ook de reden dat ik er twee jaar mee bezig ben geweest om over mijn relatie, contact en aanraking met ander geloof, hen voor te bereiden.

U verklaarde net het volgende: ‘Ik had geen problemen met de gevolgen van de bekering.’ Welke gevolgen bedoelde u? Het was niet de bedoeling vanwege mijn bekering in de problemen zou komen of de bekering gevolgen voor mij zou hebben. Het enige wat ik moest oplossen was hoe ik dit aan mijn familie ging vertellen. Voor mij was het de bedoeling dat ik dit alleen aan mijn familie bekend zou maken en niet aan anderen. Als anderen het niet weten, hoef ik ook niet te vrezen voor problemen. Ik wist dat mijn vader geen probleem was. Hij zou dit gewoon accepteren. Ik wist dat mijn moeder het er moeilijk mee zou hebben. Die gaat het niet zomaar accepteren.”

3.3

In het licht van voormelde verklaringen van eiser kan verweerder zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet worden gevolgd in zijn standpunt dat het bevreemdingwekkend is dat eiser niet heeft nagedacht over de mogelijke consequenties van de bekering van [naam 1] , en dat hij vaag is in zijn verklaringen over hoe hij heeft nagedacht over eventuele problemen die zijn eigen bekering tot gevolg konden hebben. Uit de verklaringen van eiser volgt immers dat hij er met zijn vriendin over heeft gesproken en dat hij zich kennelijk bewust was van de mogelijke negatieve gevolgen van de bekering van zijn vriendin en van hemzelf, nu hij heeft verklaard dat hij de bekering van zijn vriendin en van zichzelf stil moest houden, hij zijn familie voorzichtig moest voorbereiden om problemen te voorkomen en hij er niets over aan anderen moest vertellen. Dat eiser die mogelijke negatieve gevolgen niet concreet heeft benoemd, maakt dat niet anders. Dat eiser ook heeft verklaard dat hij geen problemen had met de gevolgen van de bekering, omdat hij verliefd was op [naam 1] en hij verwijst naar de Bijbel, biedt evenmin grond voor de conclusie dat hij niet over die gevolgen heeft nagedacht in het door hem beschreven proces waarin hij zich tot het christendom heeft bekeerd.De beroepsgrond slaagt.

4. Eiser voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij van “wel geloven dat er zoiets als een god bestaat” tot het geloven in het christendom is gekomen, nu hij niet op zoek was naar een geloof, zeker gelet op de gevolgen in Iran. Verweerder acht immers wel geloofwaardig dat eiser twijfelde aan de islam en dat hij niet praktiserend was. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij afstand had genomen van de islam, maar niet van zijn overtuiging dat er een god bestaat. Ook is de stelling van verweerder dat eiser zich vrij plotseling overgeeft aan een nieuw geloof, onjuist. Hij heeft hier immers drie á vier maanden over gedaan. Ook vertelt hij over de twijfels die hij heeft gehad voordat hij zich aan het christelijke geloof overgaf.

4.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet voldoende inzicht heeft gegeven in zijn weg naar het christendom. Eiser stelt immers dat hij al sinds zijn achttiende twijfelt, wel gelooft dat er een god is, maar geen idee heeft wat dit was. Hij kon God nergens vinden. Eiser maakt echter op geen enkele wijze aannemelijk dat hij op zoek was naar een god en hoe. Hij verklaart zelfs dat hij onverschillig was. Bovendien kan hij niet verklaren waarom het geloof voor hem niet echt een rol speelde, maar dit uiteindelijk wel belangrijk is geworden voor hem. Dit had wel van hem verwacht mogen worden. Niet valt in te zien hoe iemand, die zich niet echt met een religie bezighoudt of daarnaar op zoek is, zich vrij plotseling wel volledig overgeeft aan een nieuwe religie, zeker gelet op de mogelijke gevolgen daarvan in een land zoals Iran.

4.2

Uit het verslag van het nader gehoor (p. 15 en 16) blijkt dat eiser als volgt heeft verklaard:

“[…]. Ik geloofde altijd in god. Dat ik niet praktiserend moslim was, betekende niet dat ik mijn geloof in god had verloren.

Wat bedoelt u met dat u in god gelooft? In Iran zie je veel auto’s rijden met een sticker op de achterruit. Hierop staat: ‘Alleen god’. Ik denk dat de meerderheid van mensen in Iran in god geloven, maar zij zijn matig praktiserend. Ik was er één van. Wij dachten dat god wel bestond, maar weinig mensen geloven in de god van de islam.

U was achttien jaar oud en kreeg twijfels over de islam, maar god bestond wel. Wie was voor u toen dan god? Ik geloofde toen in een god. Zoals mij vader altijd vertelde, moslims hebben één god. Er bestaat ook een echte god. Daarnaast een god die door moslims is gecreëerd. De god die gecreëerd is, is een god die gebruikt wordt voor eigen belangen en wanneer het hen uitkomt. Ik en mijn vader geloofden niet in de god zoals door de moslims werd gemaakt. Alleen in een god waar wij geen idee van hadden wat het was. Een god die alles gemaakt had. Maar in ieder geval niet zoals de moslims god beschrijven.”

Uit pagina 21 van het verslag van het gehoor blijkt dat eiser als volgt heeft verklaard:

“Wat houdt evangeliseren in volgens u?Volgens mij is evangelisatie iemand een teken of informatie of iets geven dat hij of zij nodig heeft om de ware god te kunnen vinden. Dat gold in ieder geval voor mij. Ik geloofde net zoals mijn vader in god. Ik kon die god nergens vinden. De vader van [naam 1] heeft mij geholpen om die god te vinden.

Hoe wist u dat u god had gevonden? Dat heeft wel even geduurd. Ik heb het boek gelezen. Ik heb gesprekken met hem gehad. Langzaam vallen de stukjes bij elkaar.

U verklaart dat het even heeft geduurd. Aan wat voor tijdperiode moet ik dan denken? Ik denk ongeveer drie of vier maanden. Toen ik het boek begon te lezen ontdekte ik langzaam dat wat in de bijbel staat helemaal anders is dan wat ik zelf in mijn leven heb gezien en heb ervaren. Over god, religie en het aanbidden van god. Het lijkt totaal anders dan de beelden die ik over de religies had.

Kunt u hier voorbeelden van noemen? Toen ik het las had ik heel veel vragen. In de bijbel vinden wij veel verhalen en voorbeelden dat ik het niet kon volgen of begreep waar dit overging. Over die verschillen in het christendom: in de bijbel staat dat als je een klap in je gezicht krijgt, je niet mag reageren. Je moet je gezicht draaien en aan hem vragen om ook op je andere wang een klap te geven. Je moet hem vergeven. Maar de islam zegt dat als iemand je pijn doet, je hem of haar ook op dezelfde wijze iets terug mag doen. Dat is het verschil, vergiffenis en vergelding. Iets op een vreedzame manier oplossen dan in plaats van met geweld.”

Uit pagina 22 van het verslag van het nader gehoor blijkt dat eiser het volgende heeft verklaard:

“Wat voor gesprekken voerde u met de vader van [naam 1] over het christendom totdat u overtuigd was dat u in het christendom uw God had gevonden?Zoals ik eerder zei ben ik de bijbel gaan bestuderen. Ik las over de geboorte van jezus. […]. Dat zijn de feiten die veel indruk op mij hebben gemaakt. Daarover ging ik ook met de vader van mijn vriendin over praten. Hij legde mij teksten uit de bijbel uit die ik niet begreep. Op die manier ontstond mijn geloof langzaam en het ontwikkelde zich totdat ik eruit was en mezelf echt bekeerde en het christendom heb aangenomen. Een overtuiging, een levenswijze, die bij mij paste.

Uiteraard mag u alles vertellen wat u wil, maar graag in korte stukjes. Ik onderbrak u omdat het te lang werd voor de tolk om te vertalen. Wilt u nog iets toevoegen? Ja, één ding. Ik ging eigenlijk de god van islam namelijk allah en god van het christendom namelijk jezus naast elkaar liggen. Aan de ene kant had ik jezus die vertelde dat hij van mij houdt ongeacht wat ik ben, goed of slecht, schoon of vies. Hij zal mij liefhebben zoals ik ben. Van de andere kant is er een god van islam die zegt dat ik voor hem moet bidden, vasten, aan de regels moet voldoen en dan later ga ik bepalen of hij mij tot zich neemt en mij accepteert of juist niet. Dat was voor mij duidelijk. Welke god wilde ik bewonderen?”

Uit pagina 23 van het verslag van het nader blijkt dat eiser het volgende heeft verklaard:

“Hoe weet je of jezus aan je hart klopt? Wat voor gevoel had u daarbij?Toen ik in aanraking kwam met het christendom en in gods woord ging geloven, werden heel veel dingen duidelijk voor mij. Ik begreep toen waar ik ben en wat ik aan het zoeken ben. Mijn moeder, mijn broer en mijn vader, geloven allemaal dat na onze dood er een andere wereld bestaat. Wij willen daar allemaal onze rust vinden. Ik heb mijn rust in jezus gevonden. Wat jezus voor mij en anderen heeft gedaan en offers heeft gebracht, ben ik echt trots geworden op hem. Met opgeheven hoofd voor wat jezus heeft gedaan zal ik tegen god zeggen: ‘Ik geloof in jou’.[…]”

Uit de pagina’s 25 en 26 van het verslag van het nader gehoor blijkt dat eiser het volgende heeft verklaard:

“Hoe kan het zijn dat u eerder verklaarde dat godsdienst geen rol speelde in uw leven, maar dat het nu wel een rol speelt in uw leven aangezien u bekeerd bent tot het christendom?Ik heb u de hele dag verteld over het verschil tussen islam en christendom. Ik heb afstand genomen van de islam. Ik kon mezelf niet in een islamitische wereld vinden. Dat wil niet zeggen dat als je afstand neemt van de islam, dat je tot het eind van je leven niet meer gelovig mag worden. Ik snap niet dat die twee dingen met elkaar vergeleken worden. Toen mijn vriendin vertelde dat ze christen was, was ik geen moslim. Ik had geen moeite met het feit dat ze christen was, Ik heb later in aanraking gekomen met het christendom. Ik heb het boek gelezen. Ik kwam dingen tegen die ik daarvoor niet wist. Dat heeft mij overtuigd. Ik heb me bekeerd tot een ander geloof.

Dat begrijp ik, maar eerder heeft u aangegeven dat godsdienst geen rol speelde in uw leven. Wat bedoelde u daar dan mee? Ik bedoelde hiermee de islam.

Dan begrijp ik het nu, ik had dat verkeerd begrepen. Betrokkene en ik lachen. Betrokkene zegt in het Nederlands: het is erg moeilijk.

Dit is een goed moment voor een pauze. Ik zit hier niet te vertellen dat ik tegen de islam ben. Of dat de islam een slecht geloof is. Voor mij is het christendom het geloof dat ik kan belijden. Religie, islam of iets anders, het geweld en het gebruiken hiervan wat dan toegestaan wordt, daar kan ik mezelf niet in vinden. Ik heb respect voor moslims. Ik heb geen hekel of er iets op tegen. Ik vind dat wij allemaal op onze eigen manier ons geloof mogen belijden zonder elkaar dingen te verwijten of de strijd aan te gaan met elkaar over wie gelijk heeft. Daar gaat het niet om. Het gaat om wat jij van god en religie vindt. Als je een andere mening hebt, moet dat gerespecteerd worden. Je hoeft het niet te accepteren, maar wel respecteren.

Dank u voor die duidelijke toevoeging. Is eer nog iets anders wat u wil toevoegen? Nee.”

4.3

In het licht van voormelde verklaringen kan verweerder zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet worden gevolgd in zijn standpunt dat eiser niet voldoende inzicht heeft gegeven in zijn weg naar het christendom, omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat en hoe hij op zoek was naar een god en waarom het geloof voor hem geen rol speelde, maar wel belangrijk voor hem is geworden. Niet in geschil is dat eiser zich op zijn achttiende heeft afgewend van de islam. In dat verband heeft eiser verklaard dat hij niet geloofde in een god zoals deze door moslims is gecreëerd, maar dat hij wel geloofde dat er een god bestaat, van wie hij op dat moment geen idee had wie dit was. Eiser beschrijft deze God als een god die alles heeft gemaakt, maar deze god is volgens eiser niet de God zoals de moslims hem beschrijven. Eiser heeft hierover met zijn vader gesprekken gevoerd, hetgeen verweerder geloofwaardig heeft geacht. Vervolgens heeft eiser verklaard dat hij kennis van het christendom heeft opgedaan via de vader van [naam 1] , hetgeen verweerder eveneens geloofwaardig heeft geacht, en dat hij in het christendom de God heeft gevonden van wie hij altijd heeft geloofd dat hij bestaat, maar die hij niet vond in de islam. De veronderstelling van verweerder in het bestreden besluit dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat en hoe hij op zoek was naar een god, is daarmee zonder nadere toelichting niet in overeenstemming. Voorts heeft eiser desgevraagd uitgelegd dat hij met zijn verklaring dat godsdienst geen rol speelde in zijn leven, de islam heeft bedoeld. Die uitleg is in lijn met de door verweerder geloofwaardig geachte verklaringen van eiser dat en hoe hij zich vanaf zijn achttiende heeft afgewend van de islam. Dat eiser ook heeft verklaard dat hij onverschillig was (pagina 16 van het verslag van het nader gehoor), is daarmee eveneens in lijn, nu uit de context van die verklaring blijkt dat eiser daarmee doelt op de islam. Hij verklaart immers: ‘Mijn beste vrienden dachten eigenlijk precies hetzelfde als ik over de islam. Wij waren gewoon onverschillig. Wij hadden geen enkel belang erbij. Nogmaals, in onze maatschappij zijn mensen die fanatiek moslim zijn, gebruiken hun geloof om hun positie te versterken of te verbeteren’. Uit de reactie van de gehoormedewerker blijkt dat ook zij aan eiser heeft laten blijken dat hij afdoende duidelijk heeft gemaakt dat hij bij zijn eerdere verklaring dat geloof voor hem geen rol speelde, op de islam doelde, omdat hij zich persoonlijk niet in dat geloof kon vinden. Van eiser kon daarom ook niet worden verwacht dat hij nog een nadere uitleg zou geven over waarom het geloof voor hem geen rol speelde, maar uiteindelijk wel belangrijk voor hem is geworden.Uit de verklaringen van eiser volgt voorts dat na zijn kennismaking met het christendom het geloof belangrijk voor hem is geworden, omdat hij daarin vond wat hij in de islam miste, met name de God die hij zocht omdat hij vond dat de God van de islam door mensen voor hun eigen voordeel was gecreëerd.Voorts kan verweerder zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet worden gevolgd in zijn standpunt dat eiser plotseling bekeerd is, terwijl eiser niet op zoek was naar een religie. Eiser heeft verklaard dat het een proces was van drie á vier maanden. Hij las in die periode de Bijbel, sprak daarover met de vader van zijn vriendin, hetgeen verweerder geloofwaardig heeft geacht, en ontdekte op deze wijze langzaam dat de God van de Bijbel heel anders is dan de God die hij in de islam ervoer, en dat hij ging begrijpen wat hij aan het zoeken was. Die verklaringen liggen in lijn met zijn eerdere verklaringen dat hij geloofde in God, maar niet in de God van de islam, dat hij die God nergens kon vinden, en dat hij daarover met zijn vader sprak toen hij zich afkeerde van de islam. Ook van zijn twijfels over het christendom heeft eiser concrete voorbeelden genoemd. Uit het bestreden besluit blijkt niet hoe verweerder die verklaringen van eiser heeft betrokken bij zijn standpunt dat eiser zich vrij plotseling volledig overgeeft aan een nieuwe religie.De beroepsgrond slaagt.

5. Nu verweerder, gelet op het voorgaande, onvoldoende zijn standpunt heeft gemotiveerd dat eiser niet duidelijk heeft kunnen verklaren over zijn motieven voor en zijn proces van bekering en verweerder blijkens het bestreden besluit, in lijn met zijn vaste gedragslijn, doorslaggevend gewicht heeft toegekend aan die verklaringen van eiser, volgt reeds daaruit dat verweerder zijn standpunt dat hij de bekering van eiser niet geloofwaardig acht, niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het bestreden besluit kan daarom geen stand houden. Verweerder zal de geloofwaardigheid van de motieven van eiser voor en zijn proces van bekering opnieuw moeten beoordelen, mede in het licht van de verklaringen van eiser die verweerder wel geloofwaardig heeft geacht, namelijk over hoe hij twijfelde aan het islamitische geloof, hoe hij hierover sprak met zijn vader, dat hij zich heeft afgewend van de islam, over de gesprekken die hij voerde met de vader van [naam 1] over de stukken die hij las in de Bijbel, dat eiser is gedoopt en dat eiser in Nederland invulling geeft aan zijn geloof door Bijbelstudie en kerkbezoeken, en de vaststelling door verweerder dat eiser beschikt over voldoende kennis van het geloof. Verweerder zal daarbij ook de verklaringen van [naam 2] van 29 november 2016 en het in beroep overgelegde gespreksverslag van de commissie Plaisier van 3 februari 2017, die kunnen dienen ter staving van de door eiser gestelde bekering, moeten betrekken. 6. Nu verweerder de door eiser gestelde problemen als gevolg van zijn bekering primair ongeloofwaardig heeft geacht, omdat hij de bekering van eiser niet geloofwaardig acht, kan, gelet op het voorgaande, ook dat standpunt geen standhouden. Verweerder zal de geloofwaardigheid van de door eiser gestelde problemen opnieuw moeten beoordelen in het licht van zijn hernieuwde beoordeling van de geloofwaardigheid van de gestelde bekering. De rechtbank komt daarom niet toe aan een beoordeling van de gronden die eiser heeft aangevoerd tegen de overige argumenten die verweerder ten grondslag heeft gelegd aan zijn standpunt dat hij de door eiser gestelde problemen in Iran niet geloofwaardig acht.7. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en verweerder opdragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiser.8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 990,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van der Kluit, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Peeters, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2017.

griffier rechter

afschrift verzonden aan partijen op:

Coll:

RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature